Studiesucces

Aanpak studiesucces nog steeds actueel

Het lage studiesucces heeft het HBO, met name in de Randstad, al weer jarenlang in de tang. De speciale programma’s die zijn ontwikkeld en uitgevoerd hebben vaak een matige opbrengst.

Het is ook niet gemakkelijk om op studiesucces te sturen. De figuur hieronder toont het trilemma van de afgelopen jaren.

Schema Sturen op studiesucces

Studiesucces is gedeeltelijk afhankelijk van de kwaliteit van de instroom. Die kwaliteit is vanuit de Hogeschool lastig direct te beïnvloeden. De eisen aan de kwaliteit van de uitstroom liggen vast. Er worden steeds hogere eisen gesteld aan het niveau van afgestudeerden in het HBO.

Kritischer op instroom of normen uitstroom verlagen?

Een interpretatie die zich opdringt, is dat het studiesucces slechts op twee manieren te verhogen is. Door studenten te selecteren aan de poort, zodat de hogeschool slimmere en meer gemotiveerde studenten krijgt. Of door de kwaliteitseisen aan de uitstroom naar beneden bij te stellen. Als van bijstellen van de kwaliteitseisen geen sprake is, dan blijft selectie aan de poort over. De toegankelijkheid van het HBO lijkt minder hoog in het vaandel te staan dan voorheen, maar de toenemende vraag naar hoog opgeleiden zal de komende jaren voortduren (zie rapport van de WRR november 2013). Expliciete aandacht voor een betere toeleiding van studenten naar opleidingen waarbij hun kans op succes centraal staat, kan een verbetering betekenen. De studiekeuzecheck is precies om deze reden ingezet. Deze prima ontwikkeling levert een bescheiden bijdrage aan een beter overwogen studiekeuze, maar zal het trilemma niet oplossen.

Je zou ook kunnen zeggen dat we met het trillemma vooral het proces van instroom-doorstroom-uitstroom schetsen, waar het verzorgen van goed onderwijs ontbreekt. Terwijl dat het belangrijkste is wat een onderwijsinstelling kan en moet doen. Als je succesvol met het trilemma om wilt gaan, is zicht nodig op het beeld buiten het geschetste beeld. Niet er binnen. Met een krachtige leeromgeving wordt de onderwijsinstelling geacht toegevoegde waarde te bieden. Daar ligt dan ook de sleutel.

Interventies nodig tot diep in het onderwijsproces

Intensief onderzoek naar het effect van maatregelen om studiesucces te verbeteren, maakt duidelijk dat studenten extra begeleiding en ondersteuning zeker waarderen. Het leidt ook tot een sterkere sociale binding. Maar de effecten op de studieresultaten blijken minimaal. Dat ligt anders voor de academische integratie: studenten voelen zich beter thuis in de hogeschool, maar voelen zich te weinig uitgedaagd en ervaren een geringe ‘academische binding’. Daar ligt de belangrijkste opdracht voor de hogescholen; sturing op de onderwijskwaliteit, zowel inhoudelijk als didactisch. Het gaat om ‘teaching en learning’! Dat betekent dat er interventies nodig zijn tot diep in het onderwijsproces en dat is tot op de dag van vandaag geen sinecure.

Sleutel tot succes: curriculum + docenten + ondersteunende processen

Consistent configureren is noodzakelijk. Dat wil zeggen dat in samenhang gekeken dient te worden naar de zes kernaspecten van het onderwijs van een onderwijsinstelling. In de lijn instroom-doorstroom-uitstroom draait alles om de studenten; drie invalshoeken als communicerende vaten. De toegevoegde waarde van een hogeschool, van het onderwijsleerproces, zit hem in de samenhang van de kwaliteit van het curriculum, de kwaliteit van de docenten en de kwaliteit van de ondersteunende processen.

Sturen op onderwijskwaliteit

 

Docenten cruciaal voor krachtige leeromgeving

Effectieve sturing op studiesucces is alleen mogelijk via het onderwijs zelf, door een krachtige leeromgeving te bieden. Onderwijs dat de academische integratie bevordert, hoge kwaliteit biedt en de studenten uitdaagt tot effectief leergedrag. Het zijn de docenten die een krachtige leeromgeving maken. Zij worden daarbij geholpen door een goed curriculum (en daarbij hoort ook onderzoek en de samenwerking in innovatieve initiatieven met het werkveld) en een adequate onderwijsorganisatie. Dat geeft een andere kijk op het trilemma.

De zes punten in deze figuur zijn de aangrijpingspunten voor de Onderwijsagenda, ingevuld in relatie tot de specifieke situatie van iedere hogeschool en de actualiteit.

Met zo’n agenda kan iedere professional, manager of docent, in de hogeschool op basis van functie en verantwoordelijkheden, leiderschap tonen. De bestuurlijke onderwijsagenda krijgt haar uitwerking en invulling op de verschillende niveaus in de organisatie.

Ervaring

  • Bestuurder Haagse Hogeschool

 

Reacties gesloten.