Onderwijsvernieuwing

Studenten opleiden tot competente rebellen

De vraag naar hoger opgeleiden blijft stijgen. Reden: er gaat veel aandacht en geld naar het vergroten van het innovatievermogen en de concurrentiekracht van Nederland. Daarom zijn meer kenniswerkers nodig met vaardigheden die daarbij aansluiten. Ook is meer aandacht nodig voor flexibele en duurzame inzetbaarheid. Als het onderwijs gericht is op het optimaal benutten en ontplooien van talent, dan vergroot dat het welzijn van burgers en verbetert het de sociale cohesie in de samenleving.

Opleiden voor nieuwe organisaties en nieuwe beroepen

Productie- en organisatieprocessen veranderen en functies veranderen mee. Beroepen verdwijnen en er komen nieuwe voor in de plaats. Hoe deze situatie zich ontwikkelt, is niet bekend. Daardoor is het ook nog niet duidelijk is welke kennis en vaardigheden nodig zijn (WRR, 2013).

Het hoger onderwijs moet anticiperen op die onbekende toekomst, permanent alert zijn en blijven leren. Onderwijs kan studenten voorbereiden op hun toekomst door hen een manier van werken te leren waarmee zij later allerlei vraagstukken aan kunnen pakken. Ook vraagstukken die we nu nog niet kunnen voorzien. De arbeidsmarkt vraagt om werknemers die creativiteit en verbeelding combineren met pragmatisme (Bussemaker, 2014). Een medewerker die kan samenwerken met mensen met diverse achtergronden. Die zich ontwikkelt tot een ‘creatieve dwarsdenker en constructieve neezegger’ (Bussemaker, 2014), ofwel een ‘competente rebel’ ( Van der Boom, 2013)En hoewel misschien niet op voorhand te zeggen is welke kennis de meeste toegevoegde waarde zal hebben, is een onderzoekende aanpak en ‘kennis als grondhouding’ essentieel.

Economie niet énige drijfveer voor onderwijsvernieuwing

Onderwijsvernieuwing laten bepalen door de economie is een verschraling voor onze maatschappij. Er zijn méér factoren die van invloed zouden moeten zijn op vernieuwing in Het Hoger Onderwijs. In “Niet voor de winst” (juni 2011) spreekt Martha Nussbaum, rechtsfilosofe, over de stille crisis in het onderwijs: in plaats van leerlingen en studenten kritisch te leren denken en in te wijden in complexe mondiale vraagstukken, staat alles in dienst van het economische profijt. Vaardigheden die nodig zijn om democratieën levend te houden, worden wereldwijd terzijde geschoven, zonder dat daarover goed is nagedacht. “Niet voor de winst” is haar indringende pleidooi om kunst, literatuur, talen, muziek, filosofie, geschiedenis, religie en cultuur, kortom de ‘liberal arts’, niet als een overbodige luxe te zien, maar als essentieel voor de vorming van elke volwassene tot mondige staatsburger.

Een goede docent sluit aan bij beleving student

De docent is de essentiële actor in de krachtige leeromgeving van het (hoger) onderwijs. John Hattie heeft in de VS wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de mate waarin actoren invloed hebben op het studiesucces van de student. Hij keek – behalve naar de student zelf – naar vijf actoren: de docent, de omgeving thuis, de medestudenten, de school en het management. Daaruit bleek dat de docent verreweg de belangrijkste factor was, drie tot zes maal zo belangrijk als elke andere factor (John Hattie, ‘Teachers make a difference’, 2003).

De volgende vraag is dan ‘welk kenmerk van die docent het meest relevant is’. Dat blijkt niet de passie van de docent te zijn, niet de kennis an sich, niet de ervaring in de beroepspraktijk. Het allerbelangrijkste kenmerk van die docent blijkt het vermogen te zijn om met de leerstof aan te sluiten bij de kennis die studenten al hebben. Feedback van de student naar de docent is daarvoor essentieel. Teaching en learning zijn deel van hetzelfde proces.

Het leren is pas zinvol als je nieuwe input koppelt aan reeds bestaande kennis of inzichten. Deze visie vraagt om hoog gekwalificeerde docenten die beschikken over zowel een mastertitel als een pedagogisch-didactische kwalificatie, en niet alleen op basis niveau, maar zeker ook op het niveau van programma- en leerplanontwikkeling. Docenten beheersen de stof, hebben een academisch denkniveau en zijn in staat de studenten met al hun diversiteit, in hun leerproces te stimuleren.

Ervaring

  • Adviesopdracht HvA ‘Hoe verder met het deeltijdonderwijs?’ (2014)
  • Adviesopdracht Luzac Lyceum over strategische en onderwijskundige doorontwikkeling om te komen tot een succesvol Lyceum (2012)
  • Bestuurder van De Haagse Hogeschool, onderwijsportefeuille (2001 – 2012)
  • Directeur/Programmaleider HvA mbt Leren leren (1994 – 2001)

Reacties gesloten.