Diversiteit

Toekomstverwachting: minder studenten; wel diverser publiek

Het (hoger) onderwijs in de Randstad vraagt om een specifieke aanpak. Er is veel ervaring opgedaan met een succesvolle aanpak op het gebied van diversiteit (in brede zin) en studiesucces binnen een grootstedelijke context, nationaal en internationaal. Samenwerking met regionale stakeholders en spelers binnen de gehele onderwijsketen is een must om de instroom en het studiesucces van leerlingen/studenten te vergroten.

Vijf grote steden werken samen

Het Hoger Onderwijs van de vijf grote steden in de Randstad heeft van 2008 tot 2012 actief onderling samengewerkt en met diverse stakeholders aan het G5-programma. In 2013 verscheen de eindrapportage onder de titel ‘Generiek is divers; sturen op studiesucces in een grootstedelijke context’ onder redactie van ECHO.

“Algemeen wordt aangenomen dat tot 2020 het aantal studenten in het hoger onderwijs zal verminderen en dat een groter deel van die studenten in de G5 van niet Nederlandse afkomst zal zijn. De hoger onderwijsinstellingen dienen de studenten van niet Nederlandse afkomst dus goed te bedienen, willen zij zichzelf duurzaam in de markt zetten.

Ruim veertig procent van de allochtone jongeren in die leeftijdscategorie stroomt tegenwoordig het hoger onderwijs in (SCP 2011, 117). Op veel hogescholen in de Randstad is in bepaalde studierichtingen ondertussen meer dan de helft van de eerstejaars studenten van niet- Nederlandse afkomst. Op enkele opleidingen op hogescholen geldt dit al voor de hele studentenpopulatie. Het is bovendien zo dat die groep van niet- Nederlandse afkomst steeds diverser wordt.

In Randstad grote verschillen in studieprestaties tussen groepen studenten

In de Randstad van Nederland verandert de demografische samenstelling van de bevolking in hoog tempo, en de studentenpopulaties van de grootstedelijke onderwijsinstellingen veranderen mee. Daarnaast geldt dat het Nederlands hoger onderwijs, met name het onderwijs in de grote steden van de Randstad zich kenmerkt door groter wordende verschillen in studieprestaties tussen groepen studenten (autochtone studenten versus niet-westerse allochtone studenten, het instellingsbehoud van niet-westerse studenten met een mbo-achtergrond versus studenten met een havo-achtergrond en die van mannelijke studenten in vergelijking met vrouwelijke niet-westerse studenten). Deze ontwikkeling is met name sterk in het hbo. Vergelijkbare trends doen zich ook voor buiten de G5. De gelden die het Ministerie van OCW in het kader van het verminderen van deze verschillen heeft verstrekt aan de G5-hoger onderwijs instellingen in de periode 2008/2009-2011/2012 heeft deze ontwikkeling helaas niet kunnen doorbreken

Structuur, discipline, kleinschaligheid en begeleiding verbeteren studieprestaties

Er zijn wel enkele hoopvolle tekenen. Bij een hbo-instelling die al meer dan een decennium op consistente wijze werkt aan studiesucces met generieke en specifieke maatregelen is het studiesucces de afgelopen jaren niet verslechterd. En bij enkele wo-instellingen die de afgelopen jaren drastische onderwijshervormingen hebben doorgevoerd waarbij de nadruk ligt op structuur, discipline, kleinschaligheid en begeleiding, zijn er verbeteringen zichtbaar in de studieprestaties. Het zijn echter kleine verbeteringen ten opzichte van een sterker toenemende diversiteit van de studentenpopulatie van de tien instellingen.”

(Bron: uit het voorwoord van de G5 evaluatie ‘Generiek is divers’)

Ervaring

  • Bestuurder Haagse Hogeschool (2001-2012) en deelnemer aan G5 programma
  • Directeur HvA (1988-2001)

Reacties gesloten.